|
Stichting Trésor Utrecht |
Tien jaar wetenschappelijk onderzoek in TrésorDerk de GrootAl bij de verwerving van het terrein in 1995 was het duidelijk dat er onderzoek zou moeten worden gedaan naar de daarin voorkomende flora en de fauna. De Utrechtse Universiteit had natuurlijk niet zomaar garant gestaan voor de financiering van de aankoop. Het Herbarium van de Universiteit Utrecht, onderdeel van het Nationaal Herbarium, had en heeft grote belangstelling voor de tropische vegetatie in Zuid-Amerika. Voor de wetenschappelijke staf en de studenten is zo'n tropisch regenwoud een erg interessant studieobject.Waarom is het onderzoek eigenlijk van belang?
Aan de ene kant zet wetenschappelijke nieuwsgierigheid onderzoekers aan om het onbekende te verkennen en aan de andere kant is het voor onze stichting van groot belang te weten wat er in het reservaat voorkomt aan planten en dieren en hoe de ecologische relaties liggen. Alleen als dat bekend is kan er in het beheer van het terrein rekening mee worden gehouden. Ook de status van het reservaat is gediend met een goede kennis van het terrein en de flora en fauna. Het vermoeden dat het Trésor reservaat een hoge biologische diversiteit heeft lijkt te worden bewaarheid. Dat verhoogt de status van het reservaat en versterkt onze onderhandelingspositie in de natuurbeschermingswereld en daarbuiten. Goede wettelijke bescherming en toegang tot financiële steun is makkelijker te bereiken naarmate het betreffende gebied een hogere biologische diversiteit heeft en meer bijzondere plant- en diersoorten bevat. Bij het wettelijk erkennen van Trésor als Vrijwillig Natuurreservaat hebben de toen aanwezige gegevens over flora en fauna een belangrijke rol gespeeld. Wat is er zoal onderzocht?
In 1996 werd een eerste floristische inventarisatie in het Trésor reservaat uitgevoerd door het Utrechtse Herbarium, in samenwerking met het Herbarium in Cayenne, de hoofdstad van Frans Guyana. Er werden toen 355, vooral op dat moment bloeiende en vruchtdragende soorten geïdentificeerd. Vastgesteld werd ook dat er in de loop van de geschiedenis wel verstoring in het gebied had plaats gevonden. Een paar jaar later, in 2000, werd een inventarisatie van de floristische samenstelling en de structuur van de vegetatie uitgevoerd. Er waren toen drie doelen: het in kaart brengen van de verschillende vegetatietypen van de top van de Montagne Trésor tot aan de oever van de rivier de Orapu, het nader vaststellen van de graad van verstoring in de verschillende delen van het reservaat en het bijdragen aan de beschrijving van de botanische diversiteit van het reservaat. Er werden toen van het hoogste tot het laagste punt zeven vegetatietypen onderscheiden. Gelukkig bleken er maar twee van de zeven vegetatietypen een zekere mate van verstoring te hebben ondergaan en dan nog gedeeltelijk van natuurlijke oorsprong. In totaal werden 261 soorten aan de soortenlijst van planten toegevoegd, die zo tot een totaal van 616 soorten uitgroeide. Hieronder was een aantal zeldzame en alleen in deze regio voorkomende soorten, wat het gebied bijzonder maakt.
In augustus van datzelfde jaar werd een botanische inventarisatie langs het toen net uitgezette botanische pad uitgevoerd. Ook deze inventarisatie voegde weer nieuwe namen aan de soortenlijst toe, waardoor het totale aantal in het reservaat gevonden planten tot 703 toenam. In 2001 is er speciaal aandacht aan de voorkomende palmen besteed. Jean-Jacques de Granville maakte daarvan een lange lijst. In 2003 is een botanisch onderzoek uitgevoerd in de binnen het reservaat gelegen moerassavannes. Omdat dit een heel ander vegetatietype is dan het hoogopgaande tropisch bos werden weer veel soorten voor het eerst waargenomen. In dit jaar werd ook een permanent proefvak van 1 hectare opgaand bos geïnventariseerd waarbij 164 boomsoorten werden geteld. Deze twee onderzoeken samen brachten het totaal aantal gevonden soorten op 934. Het laatste wat grotere floristische onderzoek dateert van 2004. Toen werd alle aandacht gericht op de steile kreekdalen waarvan er een aantal in het reservaat voorkomt. Tijdens dit onderzoek werd een klein moerasgebiedje met een deel open water ontdekt. Het kreeg de naam Zwani Swamp, naar Zwani Spelt, degene uit wier legaat het onderzoeksproject werd betaald. Met alle tijdens dit onderzoek nieuw gevonden planten kwam het totale aantal op 1060 soorten. De verwachting is dat we met dit aantal soorten nog lang niet aan het eind zijn. Bijgaande grafiek laat zien dat bij elk onderzoek het aantal geïdentificeerde plantensoorten nog behoorlijk toeneemt. Uiteindelijk, als we de grens van het totaal aanwezige aantal soorten naderen, zal de lijn naar een horizontale lijn afbuigen. Maar op welke niveau zullen we dan zitten? Volgende onderzoeken zullen dit moeten uitwijzen.
Bij al het botanisch onderzoek wordt herbariummateriaal verzameld, meestal in viervoud. Bladeren, bloeiwijzen, vruchten, zaden en soms stukjes schors worden per plant verzameld en meegenomen naar het kamp om te worden gedroogd in een plantenpers of een oventje. De herbaria van Utrecht, Cayenne en Parijs krijgen meestal een partij. Reeds eerder beschreven soorten kunnen zo met zekerheid op naam worden gebracht, terwijl van nieuwe soorten kan worden vastgesteld dat zij nog moeten worden beschreven en benoemd. Ook op het gebied van de fauna is onderzoek verricht. Onderzoekers zijn hier vaak gespecialiseerd in bepaalde diergroepen, zoals zoogdieren, vogels, spinnen en amfibieën. Al in 1996 is er voor Trésor een voorlopige lijst van amfibieën en reptielen opgesteld, terwijl Joep Moonen in de jaren van 1981 tot 1996 al zijn waarnemingen van dieren heeft geregistreerd. In 2002 maakte Olivier Tostain, onze huidige conservator, een overzicht van de door hem waargenomen vogels, terwijl er in datzelfde jaar een gecombineerde waarnemingslijst van vogels is samengesteld. Intussen wordt Trésor regelmatig bezocht door internationale specialisten op het gebied van spinnen, kikkers, mieren, vlinders en andere diersoorten. Tenslotte zijn er de min of meer toevallige waarnemingen van tapirsporen (1997), sidderaal (1999), een verhuizende termietenkolonie (2001), boshond (2003) en andere dieren. Inmiddels zijn er lange lijsten van waargenomen dieren. Ook deze lijsten blijven voorlopig nog groeien. Op onze website www.tresorrainforest.org zijn ze te vinden. Organisatie en financiering Het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek vereist natuurlijk een gedegen voorbereiding en planning, des te meer als het in afgelegen gebied en onder primitieve omstandigheden moet worden uitgevoerd. Het betekent veel kamperen in het oerwoud, meestal slapen in hangmatten onder een afdak van zeildoek of palmbladeren. Muggen, bloedzuigers, teken en andere bijtende insecten weten meestal wel tot de huid door te dringen. Opletten voor slangen, giftige spinnen, schorpioenen en duizendpoten is geboden. Toch komen de meeste onderzoekers graag terug naar hun onderzoeksgebied. Elk onderzoek levert immers ook weer nieuwe vragen op. Ondanks de eenvoudige onderkomens van de onderzoekers kost het onderzoek toch de nodige financiële middelen. Individuele onderzoekers komen soms op kosten van hun eigen instituut of instelling. Voor de grotere onderzoeksprojecten wordt een begroting opgesteld op basis waarvan financiering wordt gezocht. Gelukkig hebben de Universiteit Utrecht, het Nationaal Herbarium vestiging Utrecht, de Alberta Mennega Stichting, het Miquel Fonds en het Van Eeden Fonds in de beginjaren het onderzoek financieel ondersteund. In dit verband is de laatste jaren vooral het Zwani Spelt Fonds, dat door het Wereld Natuur Fonds wordt beheerd, reuze belangrijk. Uit dat fonds zijn de twee grote botanische onderzoeken naar de flora in de moerassavannes en in de steile beekdalen geheel gefinancierd. De toekomst In de komende jaren zal er nog heel wat onderzoek plaats vinden, soms op initiatief van specialisten en onderzoeksinstellingen en andere keren op verzoek van de Stichting of de "Association" Trésor. Hierbij zal ook in toenemende mate naar vergelijkbaar onderzoek in de buurlanden worden gekeken. Zo is er al een lange periode van samenwerking met een internationale groep botanici om een flora voor de regio samen te stellen: de Flora of the Guianas. Chronologische lijst van onderzoeksrapporten
|
|
