
Vleermuizen
Over de hele wereld verspreid komen ongeveer 1000
vleermuissoorten voor. Het zijn de enige zoogdieren
die echt kunnen vliegen. Hun handen met enorm lange
vingers met de daartussen gespannen dunne huid dienen
als vleugels, vandaar hun wetenschappelijke naam:
Chiroptera=Handvleugeligen.
Hun afmetingen zijn heel verschillend: de grootste
leven in Zuidoost-Azië, wegen zo'n 1,5 kg en hebben
een spanwijdte van wel 2 meter. De kleinste komt voor
in Thailand, weegt minder dan 2 gram en heeft een
spanwijdte van 12-13 cm.
Iedere vleermuissoort is aangepast aan zijn levenswijze
en voedsel. Er zijn er die insecten eten, maar ook
fruit, stuifmeel, nectar, kleine zoogdieren (ook andere
vleermuizen), vogels, kikkers, vis en bloed kunnen het
hoofdvoedsel van een bepaalde soort zijn.
In Zuid-Amerika komen veel vleermuissoorten voor.
Pieter Blondé, proviaal Coördinator Oost-Vlaanderen
van de Vlaamse Vleermuiswerkgroep Natuurpunt, deed
er in de zomer van 2008 in Trésor onderzoek naar.
Pieterblonde@hotmail.com |
Trésor, een echte schatkamer
Pieter Blondé
Een blik op een gigantische vleermuizendiversiteit
Om de waarde van Trésor beter te kunnen inschatten lopen
diverse inventarisatieprojecten. In dit artikeltje geven
we kort de gebruikte methodieken en resultaten van de
vleermuizeninventarisatie ik heb uitgevoerd in de zomer
van 2008.
 Pieter Blondé met een van de grotere vleermuizen
van Frans-Guyana: Chrotopterus
auritus | | foto Vanessa Siaudeau |
Het reservaat is gelegen op een van de 'natste' heuvels
van Zuid-Amerika. Jaarlijks valt er meer dan 4000
mm water. Gecombineerd met een luchtvochtigheid
tussen 80 en 98% en een bijna constante temperatuur
van 26ºC is dit niet enkel een ideaal klimaat voor
schimmels, maar ook voor vleermuizen.
Ter voorbereiding van dit onderzoek werd de
uitgebreide Zuid-Amerikaanse vleermuizencollectie
in Naturalis bestudeerd. Ter plaatse volgden we
hoofdzakelijk Simmons et al. 1998, Charles-Dominique
2001 en Burton 2001 voor de determinatie. Enkele
dieren die niet overeenkwamen met de literatuur zijn
opgestuurd naar diverse specialisten. Een minderheid
van de gedetermineerde vleermuissoorten werd
gevangen in de slaapplaats, waarvan zes soorten
in boomholtes en één soort in bladeren.
De grote
meerderheid van de soorten, 51 soorten, bij 434 dieren,
werd gevangen met mistnetten die dagelijks verzet
werden. Het totaal aantal gevangen dieren bedroeg
52 soorten bij 444 dieren.
 Choeroniscus godmani zuigt nectar uit bloemen. |
 Ectophylla macconnelli, een fruit etende vleermuissoort
|
 Saccopterix bilineata, een insecteneter
die overdag een schuilplaats in boomholtes
zoekt |
 Vampyrodes caraccioli. Rustende vleermuizen
hangen vaak aan hun achterpoten |
|
| foto Pieter Blondé |
foto Pieter Blondé |
foto Pieter Blondé |
foto Kévin Pineau |
De meeste van deze soorten
gebruiken een breed spectrum aan diverse en zeer
stille echo-locatiegeluiden.
Desondanks namen we per
soort geluidsopnames bij het vrijlaten omdat enkele
auteurs (Barataud 2006, Leblanc 2005) geloven dat
daarmee identificatie van vleermuizen in Frans-Guyana
soms mogelijk is.
De soorten-accumulatiecurve per biotooptype laat zien
dat totaal nog niet alle vleermuissoorten per biotoop
gevangen zijn. Uit de reeds verzamelde gegevens lijkt
men te mogen concluderen dat op de overgang van de
weg/een smalle strook bos naar primair bos hoog op
de heuvel de grootste diversiteit voorkwam. In dalende
volgorde gevolgd door het steile primaire bos, het
glooiende primaire bos en het primaire moerasbos. De
diversiteit in het plateaubos lijkt het laagst, maar dat
is vermoedelijk omdat de mistnetten er nooit verzet
werden (=STOC-telling*). De vangstgegevens van deze
plaats worden in verdere analyse niet gebruikt.
 Vampyrodes caraccioli eet vooral vijgen |
 Uroderma bilobatum eet voornamelijk fruit |
 Chrotopterus auritus, een vleesetende
vleermuis gevangen nabij de botanische
trail |
 Desmodus rotundus, een bloed drinkende vleermuis |
| foto Kévin Pineau |
foto Kévin Pineau |
foto Pieter Blondé |
foto Kévin Pineau |
Ondanks
dat er in 30 nachten reeds 444 dieren gevangen zijn is
dat nog te weinig om de diversiteit van Trésor degelijk
te kunnen vergelijken met andere gebieden. Echter
is het wel duidelijk dat Trésor binnen de tropen een
hoge vleermuizendiversiteit kent en dat het gigantisch
diverser is dan de hotspot voor vleermuizendiversiteit in
Nederland en Vlaanderen: De Limburgse Mergelgroeven
(tijdens het zwermonderzoek 2008 werden er 1434
dieren gevangen van 13 soorten).
| % gevangen dieren | % gevangen soorten |
| Insecteneters | 33 | 47,8 |
| Fruiteters | 48 | 37 |
| Nectareters | 16 | 9 |
| Vleeseters | 3 | 4 |
| Bloeddrinkers | 1 | 2 |
Bijna de helft van het aantal soorten waren insecteneters.
Gezien de enorme dichtheden aan muggen en andere
insecten is dit niet verwonderlijk. Een derde van de
soorten waren fruiteters. Doordat ze hun ontlasting
laten vallen in de vlucht zijn ze in de tropen efficiëntere
zaadverpreiders dan fruit etende vogels, welke zich
meer ontlasten al zittend, veelal in een boom (Charles -
Dominique 2001). Van de overblijvende vleermuissoorten
zijn er nectar en bloemen etende (met aangepast
smal, langwerpig gebit), vlees etende (met o.a. een
kikkerspecialist Trachops cirrhosus, een vleermuis etende
vleermuis: Valse vampiervleermuis Vampyrum spectrum)
en bloed drinkende: bv. Vampiervleermuis Desmodus
rotundus.
Behalve vleermuizen waren er enkele grappige
bijvangsten, gaande van grote nachtvlinders tot kolibries,
van kikkers en slangen tot een luiaard.
Samenvattend was het een ware verruiming om
in contact te komen met de Zuid-Amerikaanse
vleermuissoorten en diversiteit. Hopelijk heeft het
natuurreservaat Trésor met deze inventarisatie een
bijkomd argument om meer regenwoud te kunnen
redden van de 'gouden vernieling'.
_______________
* STOC = Suivi Temporel des Oiseaux Communs (zie TN 22 en TN 24)

Contact |
Sitemap |
Auteurs |
Webmaster | ©2009 Stichting Trésor
|